pickleball
pickleball
Stel je een combinatie voor van tennis, badminton en pingpong (of tafeltennis). Stel je een sport voor die naar verluidt naar een hond is vernoemd. Stel je een sport voor waarbij het belangrijkste deel van het veld de ‘kitchen’ heet. Dat is picklebal, en het heeft elementen van alle hierboven genoemde sporten, met de afmetingen van een badmintonveld, het net van een tennisveld en rackets, (‘paddles’), die doen denken aan tafeltennisbatjes. Het is eenvoudig te leren en kan heel verslavend zijn, waardoor picklebalfans - die zichzelf ‘picklers’ noemen - niet meer kunnen stoppen met ‘picklen’. Hoe meer je speelt en hoe beter je wordt, hoe kleiner het risico dat je wordt ‘gepickled’, wat betekent dat je een game verliest.

What is pickleball
Of je nu enkelspel of dubbelspelt speelt, elke punt begint met een onderhandse service naar het schuin tegenoverliggende vak. De regel is dat de bal twee keer moet stuiten. Dit betekent dat de speler of het team die/dat de bal retourneert de servicebal moet laten stuiten en serverende speler of team de retourbal ook moet laten stuiten. Daarna mag je volleren, behalve als je in de non-volleyzone bij het net staat, die door picklebalspelers de ‘kitchen’ wordt genoemd. Je begaat een fout als je de bal in het net of buiten het veld slaat, of hem volledig mist.

Je vraagt je misschien af waarom de sport picklebal heet. Met groentepickels heeft het niks te maken. Picklebal is in de zomer van 1965 bedacht door drie vrienden in Bainbridge Island, een ferrytocht verwijderd van Seattle, in de staat Washington in Amerika. De drie mannen, onder wie het congreslid van de staat Washington Joel Pritchard, wilden een spel bedenken waarmee verveelde kinderen zich konden vermaken en dat de hele familie samen kon spelen. Het verhaal gaat dat een familiehond, Pickle, steeds de bal achterna rende en hem mee de bosjes innam. Dat was ‘Pickles bal’. De sport werd vervolgens bekend als ‘picklebal’.
Een andere versie van de geschiedenis van picklebal suggereert dat de naam is geïnspireerd op een roeiterm, ‘pickle boat’. Dat is een boot die bestaat uit reserve- of geleende roeiers van andere teams. De vrouw van Pritchard, Joan, die wedstrijdroeier was, vond ‘picklebal’ een geschikte naam omdat het spel elementen van andere sporten leende.
De bal is hard en hol, met gaten. Er bestaan verschillende ballen voor indoor- en outdoorbanen.

HEAD biedt een selectie rackets (‘paddles’) voor verschillende niveaus, van beginners tot gevorderden, die je het gevoel, de controle en de kracht geven die je nodig hebt om met plezier picklebal te spelen.
Een picklebalveld heeft dezelfde afmetingen voor zowel het single- als het dubbelspel. Het veld is rechthoekig en is 13,4 m lang en 6,1 m breed. De juiste nethoogte is 91,4 cm aan de uiteinden en iets lager in het midden, nl. 86,4 cm.

De speler die of het team dat als eerste 11 punten behaalt wint, maar je moet ten minste twee punten voorsprong hebben. Je kunt alleen punten scoren als jij of je eigen team serveert. De eerste serveerder in het team gaat door met serveren tot hij/zij een vergissing of een fout begaat en daarna serveert de tweede serveerder in het team tot deze een fout maakt. Daarna serveert het andere team. Bij het afroepen van de score noem je eerst het eigen aantal punten en daarna dat van de ontvanger en bij het dubbelspel zeg je dan één of twee afhankelijk van welke serveerder het punt begint.